Zes manieren om een gesprek gaande te houden: omschrijven, controleren, herstellen, tijd nemen, doorvragen en een mening geven.
Αωκαλημέρα
Een andere taal · een nieuwe wereld
Dit zijn gespreksoefeningen met eigen modellen. De site kan gesloten antwoorden controleren, maar beoordeelt je vrije verhaal of uitspraak niet automatisch. Gebruik een gesprekspartner of vergelijk je eigen poging zorgvuldig met het model.
ZELF TOEPASSEN
Omschrijven als je het woord niet weet
Begin met de functie, de plek of een eigenschap. Een beschrijving mag eenvoudig zijn. Je doel is dat de ander begrijpt wat je bedoelt, niet dat je onmiddellijk het perfecte woord vindt.
Maak je begrip controleerbaar. Een ja na een lange uitleg kan te weinig zeggen. Herhaal het belangrijkste detail, bijvoorbeeld tijd of plaats, en vraag of dat klopt.
Je hoeft niet opnieuw vanaf het begin te vertellen. Markeer wat je bedoelde en vervang één onderdeel. De luisteraar kan dan de rest van de boodschap behouden.
Een mening geven zonder haar als feit te presenteren
Maak duidelijk wat je zelf denkt en welke aanwijzing je daarvoor hebt. Laat ook ruimte voor een andere ervaring. Dat geeft een gesprek meer mogelijkheden dan alleen gelijk of ongelijk.
Κατά τη γνώμη μου, αυτό είναι πιο εύκολο.
Volgens mij is dit gemakkelijker.
Δεν είμαι σίγουρος, αλλά νομίζω ότι…
Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat… (mannelijke spreker)
Ronde één: vertel alleen waar je was, wat er gebeurde en hoe het afliep. Ronde twee: voeg een reden of tegenstelling toe. Ronde drie: laat de ander een vraag stellen en reageer daarop. Je hoeft niet iedere ronde sneller te spreken; zoek naar een duidelijker boodschap.
Gebruik alleen steunwoorden. Als je een complete tekst afleest, oefen je een andere vaardigheid dan zelfstandig formuleren. Vergelijk na afloop je persoonsvormen, verwijzingen en tijdswoorden. Kies één verbeterpunt voor de volgende poging.